1.1. Mag ik mij even voorstellen?
Ik heet Julius Röntgen, ben geboren in Den Haag
op 6 januari 1945 in de
zogenaamde hongerwinter. Ons land was toen nog bezet door de Duitsers. Eerst woonden wij aan de Conradkade 24. Het huis was een huurhuis en mijn ouders konden niet zo goed opschieten met de huisbaas. Maar de woning was wel mooi gelegen: je had een prachtig uitzicht op het Verversingskanaal, waar in de winter allerlei merkwaardige eenden uit het hoge noorden als wintergast zwommen. Met zijn kleine eenogige verrekijkertje keek mijn vader naar de tafeleenden, de kuifeenden enz. Eerst bezocht ik als kleuter de kleuterschool van mevr. Mesdag. Met mijn moeder liep ik dan iedere dag over de Conradkade naar de brug bij de Laan van Meerdervoort. In de daar op de hoek van de Archimedesstraat gevestigde huishoudschool was een kleuterschool. Op een keer kwamen we een wat oudere man tegen kennelijk op weg naar lijn drie. Hij had een eenvoudig leren tasje bij zich. "Kijk", zei mijn moeder, "dat is minister Drees". Ik zal dat nooit vergeten. Tegenwoordig rijden minister-presidenten in zwaar bewaakte auto's rond. Op de brug van de Laan van Meerdervoort over het Verversingskanaal staat nog steeds een stnadbeeld van een moeder die behoedzaam haar jonge kinderen over de drukke asfaltweg leidt: dit beeld bekijk ik altijd even, als ik over deze brug rijdt. Het is een soort jeugdsentiment. Toen ik zes jaar was ging ik naar de Nutsschool 'M.M. Boldinghschool' aan de Hollanderstraat in de wijk Duinoord. Dat was een leuke school, die nog steeds bestaat. Aan het hoofd stond een echte directeur, de heer Willering. Als je keurig twee aan twee langs zijn werkkamer liep, keek hij zeer streng naar de jongens en meisjes. Er straalde zeer veel gezag van hem uit. In het voorjaar werd er altijd in de gymnastiekzaal toneel gespeeld en die uitvoeringen werden dan soms wel eens in de krant besproken! Ja, twee aan twee! Zo liep je in die tijden met de onderwijzer bijvoorbeeld naar het zwembad "De Regentes" aan de Weimarstraat en had niet het lef er een zooitje van te maken! Ondanks alle discipline was dat toch een leuke tijd!
Je deed op je twaalfde jaar toelatingsexamen en dan mocht je, als je dat haalde, naar de middelbare school.
In een neorenaissancistisch gebouw aan de Laan van Meerdervoort 57 staat het deftige stedelijk gymnasium: het Gymnasium Haganum, waar vele hoogwaardigheidsbekleders op school zijn geweest. Het was en is nog steeds een echte elite-school. Onlangs was daar een reunie. Steevast kom je daar een aantal schoolvrienden tegen, met wie je lief en leed hebt gedeeld. De schooltijd aan het gymnasium was hard. Je leerde er veel, maar ook veel dingen, waarvan je nu zou zeggen: waarvoor heb ik dat eigenlijk geleerd? Er waren beroemdheden als leraar. Er was er eentje, die bijna professor klassieke talen was geworden, als hij niet zo aan de drank was geraakt. Die man was erg geleerd, hij had bijvoorbeeld een geannoteerde uitgave van het werk van de Latijnse dichter Horatius uitgegeven bij de beroemde uitgever Brill te Leiden. Een ander, de heer van Gelder, had een standaard vertaling gemaakt van de Ilias van de Griekse schrijver Homerus. Deze leraar Grieks was een begenadigd docent die je finaal de grond in kon boren door zijn sarcastische opmerkingen als: "Ach, meneer, wat zal ik ervan zeggen? U is nog jong, en u hebt nog een heel leven voor u..." Je deed daarna je huiswerk wel bij hem. De heer Fuchs, zoals de meeste leraren Oude Talen aan het Gymnasium gepromoveerd, had zelfs een fantastisch woordenboek Latijn - Nederlands geschreven, dat per klassiek schrijver vaak pasklare vertalingen voor de woorden gaf. Ja, eruditie, dat was het doel van dat compacte onderwijs, kom daar nou nog eens om met al die in dorre taal beschreven eindtermen, waar de leerlingen van de Tweede Fase aan moeten voldoen!! Het leukst waren nog de kunstreizen naar Parijs met de onvergetelijke leraar Beks, die ook lesgaf aan de Koninklijke Academie voor Beeldende Kunsten. Met hem stroopten we alle musea van de stad Den Haag af en dat zijn er nogal wat. Buiten de openingstijden begon je les bijvoorbeeld op woensdagmorgen om half negen in het Gemeentemuseum, je ging dan naar binnen door de personeelsingang en daar stond Beks je dan op te wachten. Eens kwam er een suppoost en die sprak: 'Meneer Beks, wilt u wat zachter praten? Hare Majesteit, Koningin Juliana, is in het gebouw'. De kinderen gingen vlakbij haar staan, maar, onbeschermd als ze was, keek ze onverstoorbaar door naar de tentoongestelde voorwerpen!
Een luchtfoto van het Gymnasium Haganum. 
Na mijn gymnasium-opleiding aan het Gymnasium Haganum moest ik eerst in militaire dienst. Ik kreeg daar werk bij de verbindingstroepen en werkte als telexist en berichtenklerk.
Toen was ik al bezig met het leggen van verbindingen: de telex werkte met een papieren strook, waarop tekens ingeponst
konden worden. Deze tekens stonden voor alle letters van het alfabet. Het inponsen van cijfers en leestekens was op bescheiden
schaal ook mogelijk. Het was eigenlijk een van de eerste vormen van informatietechnologie.
1.2. In september 1966 begon ik aan de Rijksuniversiteit te Leiden met mijn studie Duits. Ik was toen nog net in militaire dienst. Overdag ging ik dan naar Leiden met de fiets en de trein en 's avonds deed ik mijn diensten in het Verbindingscentrum. Tijdens mijn studie was ik lid van "Socrates", een studentenvereniging op humanistische grondslag. Door mijn opvoeding voelde ik mij tot deze richting aangetrokken. In Socrates leerde ik mijn vrouw Yvonne kennen en werd o.a. bevriend met Maarten 't Hart, die een moeilijk dispuut over Montaigne leidde. Ik studeerde af in de moderne Duitse letterkunde met een scriptie over de Musikästhetik der Frühromantik, een studie over tien jaar in de Duitse letterkunde van de Romantik (1796-1805). Mijn bijvak was ik aan mijn afkomst verplicht: muziekgeschiedenis. Mijn vader is 42 jaar als violoncellist in het Residentie-Orkest te Den Haag werkzaam geweest. Van hem heb ik mijn liefde voor de klassieke muziek geerfd. In de Passietijd pakte hij een paar weken voor Pasen zijn viola da gamba uit de kast en ging de 'obligaten' spelen, waarmee hij dan later overal in het land zangers als Max van Egmond tijdens uitvoeringen van de Matthaeus-Passion of de Johannes-Passion beide van J.S. Bach begeleidde. Die muziek zal ik nooit vergeten.
1.3. Na mijn studie ging ik werken als leraar Duits.
Ik ben al sinds 1971 werkzaam als leraar Duits, eerst enige jaren in het regulier onderwijs, maar sinds 1980 in het Volwassenen-Onderwijs, bij de RAS, nu onderdeel van het Albeda College en sinds datzelfde jaar ook bij het Mercurius-College, nu onderdeel van het ROC 'Zadkine' . Het bevalt mij daar nog steeds redelijk goed. In het begin van mijn carriëre hadden we veel oudere volwassenen, die met veel plezier bezig waren aan hun studie Duits. Met hen maakte ik een aantal reizen naar de voormalige DDR, nu deel van de Bondsrepubliek Duitsland.
De DDR was erg moeilijk toegankelijk. Je moest met de bus urenlang bij de grens, de gehate 'muur' , wachten, voordat je het '
beloofde arbeiders-paradijs' mocht bezoeken. We gingen toen vaak eerst naar Weimar, de stad waar de grootste schrijvers uit
de Duitse letterkunde gewerkt hebben: Goethe en Schiller. Van hen ziet u hier een plaatje:
Er is in het centrum van Weimar een standbeeld van Goethe en Schiller voor het 'National Theater', waar in 1918 de Republiek
van Weimar uitgeroepen werd, de opvolger van het Tweede Duitse Keizerrijk (1871-1918).
Als u zin daarin hebt, kunt u nu een stadsrondwandeling door Weimar gaan maken zonder uren bij die grens te hoeven wachten,
door te klikken op de volgende hyperlink: Stadtrundgang Zo'n vijfien jaar geleden, zou je
zoiets niet voor mogelijk gehouden hebben. Weimar is dit jaar culturele hoofdstad van Europa. Het is een prachtige stad, die in de Tweede Wereldoorlog weinig heeft geleden. Zo kan je er bijvoorbeeld de woonhuizen van Goethe en Schiller nog zien. Van Weimar gingen wij dan meestal naar Oost-Berlijn. En we besloten de reis meestal met een bezoek aan West-Berlijn. Een groter contrast was niet denkbaar!
1.4.Gelukkig is dit alles nu voorbij en kan je vrij naar Oost- en Westduitsland reizen. Deze figuur is van het politieke toneel verdwenen:
Probeer de volgende vraag maar eens te beantwoorden!
Weet je misschien hoe deze meneer heette?
Deze tekst aangepast en bewerkt op 16 oktober 2005.
Verder naar de pagina Mijn werk